Fertility Belgium

Intra-uteriene inseminatie

Bij intra-uteriene inseminatie gebeurt de bevruchting in het moederlichaam, in tegenstelling tot bij In Vitro Fertilisatie.
We onderscheiden twee soorten intra-uteriene inseminatie: homologe en donor

Homologe inseminatie

Homologe (of kunstmatige) inseminatie betekent dat er een intra-uteriene inseminatie wordt doorgevoerd met zaadcellen van de partner. In tegentstelling tot IVF gebeurd de bevruchting hier dus in het moederlichaam, en niet in het laboratorium. Indicaties voor inseminatie zijn lichte tot matige stoornissen van de zaadcelkwaliteit.

Op het moment van ovulatie bij de vrouw krijgen we in het labo van de man zaadcellen bezorgd, waarbij deze dan bewerkt worden. Dit bewerkingsproces noemen we capacitatie. Hierbij worden de goed bewegelijke zaadcellen geïsoleerd en geconcentreerd. Vervolgens worden de zaadcellen in een vloeistof met veel voedingsstoffen gebracht, zodat ze 'geactiveerd' worden. De geconcentreerde en geactiveerde zaadcellen worden dan uiteindelijk met een klein kathetertje via de vagina in de baarmoeder ingebracht bij de vrouw. 

Klassiek wordt bij deze gelegenheid ook een lichte stimulatie bij de vrouwelijke partner doorgevoerd, om zodoende een perfecte eicel te hebben op het moment van de inseminatie. Bij de stimulatie wordt de ovulatie op gang gebracht door middel van Pregnyl®. We weten dat door het toedienen van deze medicatie de ovulatie 37 tot 40 uur later zal plaatsvinden. Op die manier kunnen we het ideale moment van de meest optimale vruchtbaarheid identificeren waarop de zaadcellen kunnen ingebracht worden. Deze stimulatie verhoogd dus uiteraard aanzienlijk de kans op een effectieve bevruchting.

Donorinseminatie

Bij donorinseminatie wordt gewerkt met cellen van een anonieme of een gekende zaadceldonor. In tegenstellig tot homologe inseminatie worden dus geen zaadcellen van de partner gebruikt. 

Deze techniek wordt  (logischerwijs) gebruikt bij alleenstaande vrouwen met een kinderwens of bij lesbische koppels. Maar ze kan ook worden toegepast bij heterokoppels waarbij de man helemaal geen zaadcellen heeft (zogenoemde azoöspermie). Zo'n azoöspermie kan aangeboren zijn, bijvoorbeeld door een chromosoomstoornis, of verworven zijn, bijvoorbeeld door een niet indalen van de teelbal, ontstekingsprocessen van de teelbal of sterilisatie van de man.

Betreffende de zaadceldonoren wordt een zeer strikte screeningsprocedure gevolgd. Er wordt uiteraard gescreend op infectieziektes (hepatitis B, hepatitis C, HIV, syfillis, chlamydia,...), maar ook op genetische en/of familiale aandoeningen. Bovendien worden de zaadcellen getest op invriesbaarheid en overleven na invriezen en ontdooien, waarna ze ook effectief voor een quarantaineperiode ingevroren worden. Pas wanneer de donor al deze stadia doorlopen heeft en aan alle criteria voldoet, wordt hij aanvaard  door de weefselbank als spermadonor en worden de zaadcellen ingevroren in de weefselbank.

Het AZ Jan Palfijn beschikt over een eigen Belgische spermabank.