Fertility Belgium

Fertiliteitschirurgie

Met fertiliteitschirurgie bedoelen we ingrepen ter investigatie of ter verbetering van de vruchtbaarheid van de vrouw. Allereerst dient een onderscheid gemaakt te worden tussen diagnostische of vaststellende chirurgie enerzijds, en operatieve of correctieve chirurgie anderzijds. 

Diagnostische chirurgie

De diagnostische ('vaststellende') chirurgie bestaat voornamelijk uit een hysteroscopie, laparoscopie en chromopertubatie. Deze ingreep wordt relatief in het begin van de fertiliteitstherapie doorgevoerd, in het kader van de evaluatie van de pelviene (bekken) anatomie. 

Bij de hysteroscopie wordt in de baarmoeder gekeken met een endoscopisch apparaatje door de baarmoederhals. Er hoeven hiervoor dus geen insnijdingen of incisies doorgevoerd te worden. De baarmoederhals wordt enkel een klein beetje medisch verwijd (dilatatie) door middel van de gasdruk van de hysteroscoop. Op die manier kunnen poliepen en/of myomen en/of intra-uteriene vergroeiingen, die de baarmoederholte verstoren, gediagnosticeerd worden. In vele gevallen kunnen aansluitend tijdens dezelfde ingreep via zeer fijne instrumenten ook correcties doorgevoerd worden van deze afwijkingen (overschakeling naar operatieve hysteroscopie). 

Vervolgens maken we bij de laparoscopie wel een kleine insnede, langs de navel. Via deze incisie wordt eerst lucht geblazen in de buikholte, waardoor deze zich ontplooit. Aansluitend kan dan opnieuw een endoscoop ingebracht worden via een buisje (trocar) door de navel. Via deze toegangsweg kunnen de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken gecontroleerd worden. Zodoende kunnen bepaalde aandoeningen, die eventueel tot vruchtbaarheidsproblemen kunnen leiden, vastgesteld worden. Voorbeelden van dergelijke aandoeningen zijn endometriose of postinfectieuze veranderingen van de eileiders met fibrose of verklevingen. Indien er effectief afwijkingen worden gediagnosticeerd, kan in bepaalde gevallen meteen worden overgeschakeld op een operatieve laparoscopische ingreep, waarbij de vastgestelde vergroeiingen losgemaakt worden of waarbij de eventuele endometriose gevaporiseerd ('verdampt') wordt. Ook blokkages van de eileiders kunnen soms op die manier verholpen worden. 

Uiteindelijk volgt dan nog een chromopertubatie. Dit is eigenlijk het testen van het functioneren van de eileiders. Via de baarmoederhals wordt een kleurstof, methyleenblauwoplossing, in de baarmoeder gespoten. Indien de eileiders doorgankelijk zijn, kunnen we de methyleenblauwoplossing zien doortreden. Soms dient de intra-uteriene druk evenwel verhoogd te worden om een doortreden te bekomen. Dit wijst immers op een passagestoornis van de eileiders.

Operatieve chirurgie

Zoals uit bovenstaande kan worden afgeleid, is de grens tussen diagnostische en operatieve fertiliteitschirurgie soms uiterst vaag. Diagnostische ingrepen kunnen gemakkelijk tijdens dezelfde zitting worden omgevormd tot (beperkte) operatieve chirurgie. In moeilijkere situaties dient echter een meer gespecialiseerde chirurgie aangewend worden, bijvoorbeeld een uitgebreide laparoscopie na volledige reiniging van de darm, indien een risico op darmkwetsuren bestaat.

Soms is het ook niet mogelijk om bestaande afwijkingen endoscopisch te corrigeren en dient een microchirurgische laparotomie, een open buikoperatie, te worden doorgevoerd. Onder microscoop kunnen dan bijvoorbeeld de eileiders worden op punt gesteld. Een laparotomie is nog steeds de standaardtherapie bij bijvoorbeeld hersteloperaties na sterilisatie. 

De laatste jaren wordt evenwel meer en meer ook de robotchirurgie aangewend. Zodoende  kunnen zeer comlexe operaties toch op een endoscopische manier worden doorgevoerd, wat veel minder belastend is voor de patiënte en een veel sneller herstel toelaat. Ook in het AZ Jan Palfijn gebruiken we meer en meer de Da Vinci®-robot inzake fertiliteitschirurgie.