Fertility Belgium

Andrologie/Endocrinologie

Al te vaak wordt in geval van een fertiliteitsproblematiek de mannelijke factor over het hoofd gezien. Geheel onterecht natuurlijk, want zonder een goede zaadcel is geen bevruchting mogelijk van een eicel. In ons fertiliteitscentrum hebben we daarom evenveel aandacht voor de mannelijke als voor de vrouwelijke factor. In die optiek werken we dan ook heel nauw samen met een expert ter zake: prof. em. dr. Frank Comhaire, androloog en endocrinoloog.

Endocrinologie

De endocrinologie is de wetenschap die zich met het endocrien systeem of het hormoonstelsel bezighoudt. En laat het nu net zo zijn dat vele fertiliteitsproblemen worden veroorzaakt door hormonale onevenwichten. En dan denken we vooral aan de hormonen die rechtstreeks de toestand en werking van de geslachtsorganen bepalen. 

De hormonale cyclus van de vrouw wordt bepaald door het follikelstimulerend hormoon (FSH), het luteïniserend hormoon (LH), het progesteron, en uiteraard ook het oestrogeen. Bij het begin van een cyclus wordt bij de vrouw een overmaat aan FSH geproduceerd, zodat een follikel (eiblaasje) kan rijpen. Zo'n follikel produceert op zijn beurt oestrogeen, dat ervoor zal zorgen dat het baarmoederslijmvlies zich kan opbouwen. Eenmaal een follikel volledig rijp is, krijgt de hypofyse (een klier in de hersenen die hormonen afscheidt) het signaal om een LH-piek te produceren. Deze LH-piek brengt de eisprong op gang, waarna er een ruptuur optreedt van de follikel en deze zich omvormt tot een corpus luteum. Het corpus luteum is een tijdelijke hormonale structuur die progesteron produceert om het baarmoederslijmvlies te kunnen omvormen naar een ontvankelijk endometrium. Op die manier kan een innesteling tot stand komen. 

Het spreekt voor zich dat de minste belemmering in dit delicate, hormonale systeem van de vrouw ervoor zal zorgen dat er zich ofwel een stoornis kan voordoen in de folliculogenese (er kunnen geen goede eicellen rijpen), ofwel dat er geen implantatie kan plaatsvinden. Daarenboven kunnen ook stoornissen in andere endocriene systemen, zoals de schildklier, de bijnier, de hypofyse, etc. het reproductieve hormoonsysteem sterk beïnvloeden en zelfs blokkeren.

Ook bij de man wordt de vorming van actieve zaadcellen gestuurd door een hormoonsysteem, vergelijkbaar met dat van de vrouw. Elke man gaat ook vrouwelijk hormoon produceren, en vice versa. De verhouding tussen mannelijk en vrouwelijk hormoon dient echter steeds navenant te zijn, anders kunnen enorme stoornissen van de zaadcelkwaliteit optreden. In sommige gevallen kan zelfs een ontwikkeling van vrouwelijke geslachtseigenschappen (feminisatie) doortreden bij de man, met bijvoorbeeld beginnende borstvorming etc. Omgekeerd, wanneer bij de vrouw een teveel aan mannelijk hormoon bestaat, zal dit uiteraard de cyclus verstoren, maar ook kunnen er vormen van androgenisatie (bijvoorbeeld acne, verhoogde beharing, vettig haar of seborroe, etc.) veroorzaakt worden door een onevenwicht in de verhouding vrouwelijke-mannelijke hormonen.

Uit bovenstaande spreekt dan ook de evidentie dat een grondige analyse van de hormonale situatie bij zowel de vrouw als de man, en een eventuele correctie hiervan, essentieel deel uitmaken van de fertiliteitstherapie.

Andrologie

In de geneeskunde is de andrologie zowat de tegenhanger van de reproductieve geneeskunde, in die zin dat andrologie die tak van de geneeskunde is die zich buigt over de mannelijke geslachtsorganen, de functie hiervan, en de mogelijke afwijkingen. Er bestaat een zekere overlapping met zowel de endocrinologie, gezien de functie van de geslachtsorganen grotendeels gestuurd wordt door de hormonologie, als met de heelkundige urologie. 

Het staat buiten kijf dat bij de eerste evaluaties van een koppel, een sperma-analyse en een grondig andrologisch onderzoek even centraal dienen te staan als de fertiliteitssituatie bij de vrouw. Studies tonen aan dat er bij 30% tot 50% (afhankelijk van het onderzoek) van de koppels met een fertiliteitsproblematiek een matige tot ernstige mannelijke factor aantoonbaar is. Soms is er voor een mannelijke steriliteitsproblematiek geen oorzaak te vinden (ideopathische andrologische steriliteitsproblematiek), maar in een toenemend aantal gevallen kan vandaag de dag wel degelijk een oorzaak gevonden worden. In veel van deze gevallen kan de steriliteitsproblematiek, minstens gedeeltelijk, gecorrigeerd worden. Voorbeelden zijn varicocele, chronische prostatitis, hormonale stoornissen, etc.